Ingrediënten
- 500 gr bloem
- 30 gr gist
- 100 gr suiker
- ¼ l lauwe melk
- Mespunt zout
- 2 eieren
- 150 gr boter
- 125 gr gemalen maanzaad
- 30 gr suiker
- Mespunt kaneel
- 1 eetlepel rum
- 5 eetlepels hete melk
- Boter om in te vetten
- Bloem om uit te rollen
- 125 gr pruimencompote
- 25 gr gehakte witte amandelen
- Om te bestrijken
- 2 eierdooiers
- 6 eetlepels melk
Bereiden
Zeef de bloem in een beslagkom, druk in het midden een kuil en verbrokkel de gist hierin. Strooi er een lepel suiker over en maak er met de helft van de lauwe melk een voordeeg van. Dek de kom af met een droge doek en laat het voordeeg 15-20 minuten op een warme plaats rijzen.
Doe de rest van de melk en suiker bij het voordeeg en strooi het zout over de bloem. Breek de eieren boven de kom en snij de boter er in vlokken over. Maak er nu een glad deeg van. Opnieuw afdekken en weer 30 minuten laten rijzen op een warm plaats
Doe ondertussen het gemalen maanzaad in een kom en vermeng het met suiker, kaneel. rum en hete melk. Vet een bakplaat in. Strooi bloem over het werkblad en rol het deeg uit tot een dikte van 1 cm. Steek er ronde plakken van 6 cm doorsnede uit. Bestrijk alle plakken met de met melk losgeklopte eierdooiers. Leg de deegplakken op een bakplaat en bestrijk de helft met maanzaad.
De andere helft beleggen met de pruimencompote en de gehakte amandelen. Bak de broodjes af gedurende 18 minuten in een voorverwarmde oven van 220°C. Na het bakken meteen van de plaat nemen en op een rosster laten afkoelen. Voldoende voor 30 stuks.